De zin of onzin van biologisch

De rol van duurzaam geproduceerd voedsel op onze gezondheid

Wat is het toch dat er zo veel tegenstrijdige berichten en onderzoeken over biologisch voedsel de ronde doen? Zeker eens per week duikt - via een vraag in mijn mailbox - het artikel ‘Groene Sprookjes: 5 mythen over biologisch voedsel’ weer op. Net als het artikel ‘Biologisch, eigenlijk heel onnozel’, waarin gesproken wordt over ‘bio-gekkies die hun portemonnee laten leegschudden’. Of biologisch nu wel of niet gezonder is, blijft een welles-nietes discussie. Waar het ene onderzoek aangeeft dat er veel meer vitamines, mineralen en sporenelementen in biologisch voedsel zitten, zegt het andere onderzoek dat het niets uitmaakt. En zo zijn er nog heel wat tegengestelde beweringen en opvattingen:

Biologische koe
  • Stoot een koe in de wei inderdaad meer methaan uit, waardoor die nog slechter is voor het milieu?
  • Als de hoeveelheid residuen nog steeds onder de maximale residu limiet (de toegestane norm voor de hoeveelheid achtergebleven bestrijdingsmiddel) ligt, dan is er toch niets aan de hand? In een interview in de Volkskrant van 27-02-2016 geeft de Wageningse hoogleraar Toxicologie Rientjes nog aan ‘wie toch liever geen verwaarloosbare restjes bestrijdingsmiddelen op zijn groente heeft, koopt ze biologisch’.
  • Hebben we nu wel of niet te weinig landbouwgrond om de verminderde opbrengst te compenseren die samen zou hangen met de omschakeling naar biologisch voedsel?

De onderzoekers buitelen regelmatig over elkaar heen met cijfers en feiten, ook als het gaat om milieuvraagstukken. En ook deze uitzending van Zembla was weer zo’n bevestiging: het gaat niet zozeer over de waarheid van de uitkomst, maar over gesteggel vanwege de onderzoeksmethode.

We leven in een wereld waarin alles met harde feiten gestaafd moet worden. In mijn opinie moeten we dergelijke belangrijke zaken niet los van elkaar zien, maar als één geheel, waarin alles met alles samenhangt. Zie onderstaand plaatje: Elke geblinddoekte heeft gelijk als hij aangeeft wat volgens hem een olifant is: hij ziet immers maar een klein stukje. Als de statistieken en de cijfers kloppen, ook al slaan ze maar op een stukje van de olifant, lijken ze waar te zijn. Gelukkig realiseren steeds meer mensen zich dat die vlieger niet altijd opgaat.


Olifant

Aandacht voor onderbelichte zaken in de discussie

Waar ik me vooral zorgen over maak, is dat er nauwelijks aandacht is voor grote onderzoeken die direct of indirect bewijzen hoe groot de voordelen zijn van duurzaam geteeld voedsel voor onze eigen gezondheid. Er is wel enorme media-aandacht voor een professor die iets roept over ‘ongezond natuurlijk voedsel’, terwijl baanbrekende inzichten nauwelijks de krant halen. Ook berichten, over dat er veel meer bestrijdingsmiddelen (zoals vijf keer zoveel glyfosaat) worden verkocht (17) dan ons wordt voorgespiegeld, sterven meestal een stille dood.

In dit artikel belicht ik graag een aantal van deze onderbelichte zaken, zodat je jouw eigen standpunt kunt bepalen en daar je keuzes op kunt baseren. Ook ik ben ervan overtuigd dat onze (hormonale) gezondheid rechtstreeks beïnvloed wordt door die van de aarde en het milieu. Als de aarde gezonder of ongezonder wordt, heeft dat directe consequenties voor onze gezondheid. Elk natuurvolk weet dat respect hebben voor de aarde en voor wat daarop leeft van grote invloed is op de mens. Daar getuigt ook deze Indianen-wijsheid van:

De mens heeft het web des levens niet geschapen. Alles wat hij het web aandoet, doet hij uiteindelijk ook zichzelf aan.

Hieronder volgen een paar voorbeelden van onderbelichte zaken:

1) We betrekken de fysiologie van ons lichaam niet in het verhaal

Dat we zaken als duurzaam geproduceerd voedsel niet betrekken op onze gezondheid heeft ongetwijfeld ook te maken met het feit dat de moderne geneeskunde (hoe ongelooflijk kundig en geavanceerd deze ook is) zaken meestal bekijkt vanuit ziekte, vanuit één orgaan en niet vanuit gezondheid in zijn totaliteit. Als we zouden kijken welke eisen ons lichaam stelt aan voeding, dan zou de discussie over duurzaam geteeld voedsel wellicht in een heel ander daglicht komen te staan. Om ervoor te zorgen dat voeding ons - vanuit al onze cellen - energie moet leveren om ons fit, vrolijk, gezond en slank door het leven te laten gaan, moet voeding minimaal voldoen aan de volgende de voorwaarden:

  • Voeding mag geen schade aan onze gezondheid toebrengen. Dus geen of een minimale hoeveelheid schadelijke micro-organismen, pesticiden of herbiciden.
  • Voeding moet een positieve bijdrage leveren aan onze gezondheid en ons lichaam niet nodeloos belasten. Dus met een minimum aan kleur-, geur-, smaak-, conserveerstoffen en additieven.
  • Voeding moet rijk zijn aan vitamines, mineralen en sporenelementen en beschermende stoffen. *
  • Er moet een goed evenwicht zijn tussen gezonde vetten, eiwitten en langzame koolhydraten. *
  • Voeding moet lekker zijn en ons een gevoel van welbehagen en verzadiging geven. Voeding die, hoe gezond het ook te boek staat, je niet goed ‘bekomt’ is waarschijnlijk niet jouw aangewezen voeding. Rauwkost kan heel gezond zijn als je het goed verteert, maar... niet wat je eet, maar wat je verteert komt je ten goede. *
  • En als laatste (of misschien wel als eerste?) hoort daar zeker bij dat voedingsmiddelen de wereld om ons heen zo weinig mogelijk schade mogen berokkenen. Wat goed is voor het milieu, is ook goed voor onze eigen gezondheid.

*Dit is alleen mogelijk als we veel variatie in voeding hebben!

Als we zouden zijn opgevoed met deze historische woorden van Edison:

De dokter van de toekomst zal geen medicijnen meer geven, maar zal zijn patiënten interesseren voor de zorg voor het menselijk lichaam, voor voeding en voor de oorzaak en de preventie van ziekte.

Edison

dan hadden we de werking van ons lichaam misschien veel belangrijker en interessanter gevonden. Misschien was het dan vanzelfsprekend geweest om met de juiste voeding, ontspanning en leefstijl het beste voor onze gezondheid en voor de aarde te kiezen. Duurzaam, onbewerkt en onbespoten voedsel zou dan wellicht niet eens een discussiepunt zijn geworden.

2) Een gezonde bodem is van levensbelang

2015 was het jaar van de bodem. Het jaar waarin de noodklok werd geluid over de dramatische achteruitgang van de vruchtbaarheid van de bodem, het bodemleven en de mineraalhuishouding van de bodem. De laatste 20-25 jaar is het aantal micro-nutriënten in onze voeding (vitamines, mineralen en sporenelementen) tot soms wel 90% gedaald. Dit door intensief gebruik van de grond, monoculturen, kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, bewaarmethodes, bewerking etc. Dit heeft dramatische gevolgen voor onze gezondheid en onze energie. Zie verder bij punt 1.

De analogie tussen de uitputting van onze bodem en onze gezondheid is gigantisch groot. ‘Snelle mest’, zoals drijfmest en kunstmest, zorgen ervoor dat de humuslaag niet kan overleven. Ditzelfde geldt voor ‘snel voedsel’ in onze darmen: geraffineerde suikers, witmeel (bloem) en snelle koolhydraten als frisdrank en sapjes zorgen ervoor dat onze darmbacteriën niet kunnen overleven. Ook de monoculturen in de industriële landbouw zorgen niet alleen in de natuur voor grote problemen, in ons lichaam is het precies hetzelfde. Wij, en vooral onze darmbacteriën die de basis vormen van onze gezondheid, gedijen alleen bij veel variatie. In de industriële landbouw is er weinig variatie en daardoor ook in onze voeding en onze darmen. Zie de grote overeenkomsten tussen de bodem en de gezondheid van onze darmen in mijn blog: Je darmen, de bodem van je gezondheid >.

Fantastisch dat er zoveel boeren zijn die een omslag willen maken naar duurzaam gezond voedsel. Door meer volume ontstaat er hopelijk, voor zowel boer als consument, een eerlijke prijs voor duurzaam voedsel. Het blijft vreemd dat ongezond voedsel zo spotgoedkoop kan worden aangeboden.

3) Bijensterfte een probleem van ons allemaal

Iedereen kent waarschijnlijk wel de verhalen over de massale bijensterfte. Volgens sommige wetenschappers is die het gevolg van de varroa-mijt die de bijenvolken uitmoordt. Maar veel andere wetenschappers zijn het daar niet mee eens. Zij geloven dat de bijensterfte wordt veroorzaakt door meerdere factoren. Ook het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (dat in Nederland nog steeds licht stijgt) (14), klimaatveranderingen en de verarming van het landschap spelen een rol volgens hen. En niet te vergeten de ophoping van aluminium in het brein van zowel bijen als mensen via voedsel en drinkwater: neurotoxisch voor bijen en mensen.(18)

Waar vind je nog landschappen die kleinschalig en afwisselend zijn, met veel bloemen en gewassen voor bijen? Eigenlijk voornamelijk bij de biologisch-dynamische boer! Vreemd eigenlijk dat er zo weinig aandacht voor dit probleem is, want het grootste deel van ons voedsel en de prachtige natuur in Nederland danken we aan de bestuiving via bijen. Zonder bijen dus geen of minder voedsel en veel minder natuur. Kiezen voor duurzaam (vooral biologisch-dynamisch) voedsel, waarbij het landschap en diversiteit van gewassen een belangrijke rol spelen, is dus niet alleen voor de overleving van bijen, maar ook voor onze eigen gezondheid en overleving een absolute noodzaak. Niet voor niets roept Greenpeace ‘Bijensterfte, het recept voor honger’. Het is dus wel degelijk een probleem van ons allemaal.

Of Einstein onderstaande uitspraak werkelijk heeft gedaan is niet duidelijk. Dat de voedselvoorziening en de natuur ernstig in gevaar worden gebracht door sterfte van wilde bijen en andere bestuivers is WEL zeker; circa 75% van ons voedsel is afhankelijk van bestuiving en voor de natuur is dat ongeveer 90%. Bovendien heeft het gros van de gewassen een hogere opbrengst door bestuiving. Dus een kern van waarheid zit zeker in deze uitspraak

Als de bijen uitsterven, zal vier jaar later ook de mens uitsterven.

Albert Einstein

Tip à la Rineke: Duurzaam, onbewerkt voedsel eten betekent ook dat we veel meer met de seizoenen mee gaan eten. Diversiteit is niet alleen voor bijvoorbeeld de bijen belangrijk, ook voor onze gezondheid is het van vitaal belang. Door de industriële landbouw zijn we juist steeds meer van hetzelfde gaan eten; tarwe, mais, aardappelen, soja en bio-industrievlees. Door duurzaam te gaan eten, bouw je automatisch de broodnodige variatie in je voedingspatroon in. In de winter is er nu eenmaal geen tomaat die niet uit een kas of het buitenland afkomstig is. En in de zomer geen spruitjes. Variatie in voeding is mijns inziens de gezondste tip die je iemand kunt geven. Elk voedingsmiddel heeft positieve en negatieve eigenschappen. Door variatie spreid je de risico’s van de negatieve eigenschappen. Zie ook het artikel ‘Granen, bejubeld en verguisd’.

4) De invloed van de oceanen op onze gezondheid

Onze welvaart en vooruitgang hebben ook heel wat synthetische stoffen met zich meegebracht. Deze stoffen zijn helaas moeilijk of niet afbreekbaar door het milieu. De ophoping van deze stoffen vindt voor een groot deel plaats in de oceanen/zeeën. Je vraagt je misschien af wat dat nu met je gezondheid te maken heeft. Eigenlijk alles! De zee is ons grootste ecosysteem en daarmee onze grootste buffer voor niet-afbreekbare synthetische stoffen. Vooral de plastic soep (en de voor ons oog onzichtbare plastic deeltjes in zee) en zware metalen krijgen we via ons water en vis weer terug op ons bordje.

De industriële veeteelt is voor een groot deel debet aan de CO2-problematiek. We hebben in december 2015 in Parijs dan wel mooie afspraken gemaakt over terugdringing van de CO2-uitstoot, maar waar blijft de oceaan in dit verhaal? Om te laten zien wat de industriële landbouw met de zee en daarmee onze gezondheid te maken heeft hieronder een kort citaat van de Sea First Foundation:

“Het plantaardig plankton (fytoplankton) in de oceaan leeft op fotosynthese en produceert daarbij 50-70 procent van alle zuurstof op aarde. Ongeveer de helft van alle CO2 wordt door de oceaan opgenomen. Maar als er te veel CO2 in de oceaan komt, kan het fytoplankton dit niet aan en sterft, waardoor de CO2 het water verzuurt. Dat zorgt ervoor dat het koraal oplost, evenals het kalkhoudende fytoplankton. Alle koraalriffen zijn inmiddels aangetast en in sommige gebieden is het plankton al voor 40 procent verdwenen. Dat is verschrikkelijk zorgwekkend. Fytoplankton vormt de basis van de voedselketen en de oceanen zijn onze blauwe longen van onze aarde.

Onderzoek van de Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en de World Bank toont aan dat de intensieve veehouderij 18% van alle broeikasgassen uitstoot. Dat is meer dan al het auto-, lucht- en scheepvaartverkeer samen. Daarbij komt nog dat het door koeien geproduceerde methaangas 21 keer sterker is dan CO2.. En net zoals de regenwouden hiervoor in veevoerplantages veranderen, worden veel CO2-opnemende mangrovebossen gekapt om plaats te maken voor scampi- en viskwekerijen. Dit maakt de veesector voor 51 procent van de klimaatverandering verantwoordelijk. De IPCC dringt daarom al jaren aan op vermindering van de vleesproductie.

Als we de doelen van het klimaatakkoord echt willen halen, kunnen we de grootste CO2-uitstoter, de intensieve veehouderij, niet ongestoord haar gang laten gaan en zullen we de grootste ecosystemen die CO2 opnemen, onze regenwouden en oceanen, gezond moeten houden.”

Bonaire onder water

Foto: Dos Winkel

Ook hier weer kunnen we de duurzaamheid niet los zien van onze eigen gezondheid. Sceptici zullen zeggen dat het onmogelijk is om alle dieren duurzaam te houden. En dat is ook zo. Als we zo veel goedkoop ‘geproduceerd’ dierlijk eiwit blijven eten, is dat inderdaad onmogelijk.

Luxemburg spant de kroon als het gaat om vleesconsumptie per persoon; bijna 140 kilo per jaar (15) Dan doen wij het nog heel wat netter: zo’n 76 kg per persoon (16). Het blijft echter veel, zeker met opkomende economieën als China die ook steeds meer vlees gaan eten, met grote consequenties voor het milieu (en de dieren zelf uiteraard)

Er is genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders hebzucht.

Dalai Lama

Tip à la Rineke: Met lekkere vegetarische recepten wordt vlees vaak niet eens gemist. Veel mensen vinden zonder vlees zelfs zeker zo smakelijk. Voor de vleesliefhebbers kan het leven er ook nog steeds fantastisch uitzien…met duurzaam geproduceerd vlees. Duurzaam vlees blijft gewoon een prima eiwitbron, een goede leverancier van gezond cholesterol, omega 3, B12. Bovendien weten we uit onderzoeken in de ‘Blue Zones’ (waar procentueel de meeste gezonde 100-jarigen wonen) dat het spaarzaam eten van dierlijk eiwit wellicht een van de geheimen van hun lange leven is. Alleen bij een feestelijke aangelegenheid komt er bij hen een stukje vlees op tafel.

5) Biologisch geteeld voedsel bevat meer beschermende stoffen

In september 2014 werd naar buiten gebracht (op basis van 343 onderzoeken) (1) dat er wel degelijk grote verschillen zijn in samenstelling van biologisch geteelde voedingsmiddelen en niet-biologisch geteelde voedingsmiddelen. Vooral de concentraties van een aantal zogenaamde fytonutriënten (met klinkende namen als polyfenolen, flavonen en flavonolen als quercetine en anthocyanen), bleken flink hoger in biologisch geteelde plantaardige voeding. Vooral in planten met bittere* en scherpe smaken. Veel van deze stoffen worden onder de noemer ‘salvestrolen’ geschaard; afgeleid van salvare=redden. Groots opgezette studies laten zien dat juist deze stoffen het risico op chronische ziektes, kanker, beroertes, Parkinson en andere neurodegeneratieve ziektes verminderen. (3)

* “Bitter in de mond maakt het hart gezond” en “Bitter is beter” zijn dus geen loze gezegdes. Is het je weleens opgevallen dat biologische spruitjes of witlof meestal een stuk  bitterder zijn?

Een plant maakt bovengenoemde beschermende stoffen aan om zich te beschermen tegen vraat en micro-organismen als schimmels, bacteriën en insecten. Hoe meer de plant bedreigd wordt door ziektes etc., des te meer van deze stoffen hij aanmaakt en des te beter deze plant de mens weer kan beschermen tegen ziektes. Waarschijnlijk snap je nu direct dat deze noodzaak er totaal niet is als de plant gedurende zijn leven meerdere keren met een gewasbeschermingsmiddel wordt bespoten. Hij stopt zijn energie niet in de aanmaak van beschermende stoffen, maar in een snelle groei. En het ergste van het verhaal is: doordat onze voeding meer toxines bevat (zie onderstaande tabel), hebben we juist veel meer van deze stoffen nodig om ze te ontgiften.

De afgelopen 50 à 60 jaar hebben we naar schatting zo’n 80-90% minder van deze beschermende stoffen in onze voeding gekregen. (4) Niet alleen door de opkomst van bestrijdingsmiddelen overigens. Ook door het veelvuldig raffineren en filteren van voedsel halen we veel beschermende stoffen simpelweg uit ons voedsel. Denk bijvoorbeeld aan gefilterde oliën en sapjes.

343 onderzoeken opnieuw bekeken 2014

(Cambridge University) (10)

BIO GROENTE/FRUIT:
Flavonolen + 50%
Anthocyanen + 51%
Flavanolen + 69%
Pesticiden - 40-50%
Cadmium - 48%
Nitraat - 10%
Nitriet - 48%
Stikstof - 10%

6) Biologisch geteeld voedsel bevat minder toxines (xeno-oestrogenen)

Uit dezelfde 343 onderzoeken bleek dat de hoeveelheid bestrijdingsmiddelen in niet-biologisch geteelde voedingsmiddelen vier keer hoger lag dan in biologische voeding. Zie kader hierboven. Vooral het giftige metaal cadmium werd sterk verhoogd aangetroffen. Langdurige blootstelling aan cadmium wordt vooral in verband gebracht met ziektes als Alzheimer, Parkinson, Huntington en een scala aan hormonale verstoringen. (2) Zie kader hierboven. Via roken, orgaanvlees en schaal- en schelpdieren krijgen we de meeste cadmium binnen. Ook knollen, wortelen en bladgroente kunnen cadmium bevatten.

Specifieke hormoon-beschermende-stoffen: Fyto-oestrogenen

Fyto-oestrogenen komen in zeer veel voedingsmiddelen voor. Ze dragen bij aan een evenwichtige hormoonbalans bij man en vrouw. Omdat ze sterk op ons eigen oestrogeen lijken, kunnen ze onze zogenaamde oestrogeenreceptoren bezetten. Net als salvestrolen lijken ze aangemaakt te worden om de plant te beschermen tegen vraat en micro-organismen. Fyto-oestrogenen eet je dan ook meer door biologische producten. De overmaat aan oestrogenen lijkt niet meer in toom gehouden te worden door fyto-oestrogenen. Omdat er minder biologisch voedsel met fyto-oestrogenen is en ze dus minder deel uitmaken van onze voeding, maar ook omdat we enorme hoeveelheden xeno-oestrogenen via ons milieu binnen krijgen. Fyto-oestrogenen zijn goed onderzocht als het gaat om risicovermindering bij borst- en prostaatkanker. Zie verder het weetje soja voor de ins- en outs van fyto-oestrogenen. Zie ook blz. 364 van 'Alles draait om je hormonen' voor goede bronnen van fyto-oestrogenen

* Tip à la Rineke: Dit wil niet zeggen dat de hoeveelheid toxines hoger was dan de toegestane norm. Maar wat we ons wel moeten realiseren, is het volgende:

  • De toegestane norm wordt vaak naar boven bijgesteld (denk bijvoorbeeld aan dioxine in vis).
  • Mensen slaan niet-uitgescheiden milieutoxines op in vet, net als dieren. Vlees, vis en zuivel bevatten daarom meer milieutoxines dan plantaardig voedsel. Een paar dagen per week vegetarisch eten, kan dus al een grote meerwaarde zijn voor je gezondheid.
  • Kinderen, ouderen, zieken en mensen die medicijnen gebruiken, kunnen toxines slechter ontgiften.
  • Er zijn geen regels voor de accumulatie van deze stoffen. Je zult maar verzot zijn op vette vis, kiwi’s én appels. Dan krijg je wel een shot aan toxines.
  • De belangrijkste stoffen waarmee we milieutoxines kunnen ontgiften, staan sterk onder druk. Deze moeten namelijk door onze lever worden aangemaakt met behulp van vooral mineralen en sporenelementen: de stoffen waar we juist een steeds groter gebrek aan krijgen door verarming van de grond. Een van de belangrijkste stoffen die door onze lever moet worden aangemaakt om de milieutoxines zo veel mogelijk onschadelijk te maken, is glutathion. Zie recept asperges.
  • En als we het dan weer in het grote geheel zien: de tegenstanders hebben het altijd over de directe hoeveelheid residuen in ons eten (die verwaarloosbaar zouden zijn volgens de deskundigen) Het gaat echter ook om de hoeveelheden die in ons milieu terechtkomen; in de bodem, in ons water, in de oceanen en in de lucht. Zie verderop bij xeno-oestrogenen en hun verstorende invloed op vooral onze hormonen.

Ook uit een nieuw Duits onderzoek in 2016 waarbij 58.000 monsters werden onderzocht, bleek trouwens dat de hoeveelheid residuen in vooral fruit soms wel 350 x hoger was in niet-biologisch geteelde monsters. Zie volledige onderzoek onderaan. (5)

Wat is het gevaar voor onze gezondheid?

Alle hieronder genoemde toxines en resten van bestrijdingsmiddelen zijn zogenaamde xeno-biotica / xeno-oestrogenen die onze (hormonale) gezondheid negatief kunnen beïnvloeden. En die zijn er al zo vreselijk veel in ons milieu. Dus alles wat we zelf WEL, via onze voeding, verpakkingen, cosmetica en schoonmaakmiddelen, kunnen beperken is meegenomen. Zie kader hieronder:

Xenobiotica zijn chemische, door de mens vervaardigde substanties, uit met name de petrochemische industrie en/of uit geneesmiddelen die in levende organismes gevonden worden. Het woord xenobiotica is afgeleid van ‘vreemd voor het leven’. Met andere woorden: het zijn lichaamsvreemde stoffen die zeker bij hogere concentraties of bij jonge kinderen voor klachten kunnen zorgen. Ze hebben vooral een negatieve invloed op ons hormonale systeem (de niet afgebroken xeno-oestrogenen worden bij zowel mens als dier opgeslagen in vetweefsel zoals borsten, lever en hersenen. Ze worden daarom endocriene disruptors genoemd. Onder de xenobiotica vallen: geneesmiddelen (vooral paracetamol, antibiotica en aspirine), drugs, antibiotica (via voeding, medicijnen en water), pesticiden, herbiciden, insecticiden, kunstmest, uitlaatgassen, oplosmiddelen, chemicaliën voor droogreiniging, rubber, plastics, ftalaten, BPA, dioxines, anticonceptie, brandstoffen, schoonmaakmiddelen en cosmetica met chemische stoffen, sommige smaakversterkers en additieven. Onze lever behoort xenobiotica afbreken, zodat ze via gal en urine kunnen worden uitgescheiden. De mate waarin we deze toxines kunnen ontgiften heeft te maken met onder andere onze genetische aanleg, de hoeveelheid, medicijngebruik en leefomstandigheden.

Zie uitgebreide verhaal in dit artikel of in het boek “Alles draait om je hormonen”. 

7) Biologisch geteeld voedsel bevat meer omega 3-vetzuren

Biologische melk/zuivel bevat over de hele linie meer omega 3, omega 9, vitamine E en CLA. Minder gras in het menu van de koe/geit betekent meer omega 6 en minder CLA*. De lengte van de weideperiode is ook een bepalende factor voor het percentage gezonde vetzuren. (7) Duurzaam gehouden dieren - die vooral buiten lopen en gras eten - bevatten (ook het vlees of eieren ervan) meer van deze slankmakende en ontstekingsremmende vetzuren. (8) Een overmaat aan omega 6, zoals in vlees, gevogelte en zuivel van koeien die op stal staan/in een hok gehouden worden en vooral krachtvoer eten, heeft een link met heel veel – zo niet alle - ziekten (inclusief overgewicht) die de westerse mens teisteren (6). Uit dit onderzoek (6) bleek overigens wel dat over de hele linie jodium en selenium lager waren in biologische zuivel. Lees het uitgebreide verhaal over een gezonde balans tussen omega 3 en omega 6 in het hoofdstuk Prostaglandines in ‘Alles draait om je hormonen’.

*CLA wordt vaak als supplement verkocht als hulp bij overgewicht en om het risico op hart- en vaatziekten te verkleinen. Maar het is van oorsprong gewoon een bestanddeel uit volle melk van grazende koeien. 

8) Bio-industrie bevat antibiotica en xeno-oestrogenen 

Antibiotica hebben grote consequenties voor onze energie en gezondheid. Het veelvuldig gebruik van antibiotica heeft namelijk negatieve gevolgen voor onze cellen (onze mitochondriën) waar de aanmaak van een groot deel van onze hormonen begint. We moeten gezonde mitochondriën hebben voor een gezonde hormoonbalans. Ook overgewicht en alle hormonale verstoringen die verstoringen in de energie aanmaak in zijn kielzog meenemen, worden steeds vaker geweten aan antibiotica. Als kinderen op jonge leeftijd antibiotica krijgen, is de kans op overgewicht op latere leeftijd groter. Het gros van de antibiotica krijgen we niet via een kuur van de dokter, maar via kweekvis, vlees uit de intensieve veehouderij en ons kraanwater. Schattingen in Amerika geven aan dat zo’n 80% van alle antibiotica dagelijks aan vee, kippen en vissen in de intensieve veehouderij gevoerd wordt. Dit om ze sneller te laten groeien en om de ziektedruk te verlagen.(11) De huisarts schrijft dus slechts 20% van alle antibiotica voor. Net als mensen worden dieren resistent als ze te veel (lees dagelijks) antibiotica krijgen. Resistente bacteriën kunnen via de mest van dieren (en via vliegen) in water, lucht, bodem, voeding etc. worden overgedragen op mensen.(12) Dit heeft ertoe geleid dat wereldwijd steeds meer mensen niet meer op antibiotica reageren.(13) De grootste stappen zet je door geen vlees uit de intensieve veehouderij meer te kopen. ‘Bezint eer je aan bio-industrie vlees/vis begint’, zou ik zeggen en stap over naar duurzaam vlees. In de duurzame veehouderij zal alleen bij ziekte antibiotica gebruikt worden. Er zijn zelfs biologisch-dynamische bedrijven waar zelden of nooit meer antibiotica worden gebruikt. Goed voor mens, dier, de bodem en het grondwater die zo ook minder antibiotica zal gaan bevatten. 

Tip à la Rineke: In de biologisch-dynamische landbouw is het antibioticagebruik het laagst. Dat zou zeker een reden kunnen zijn om voor Demeter zuivel te kiezen of voor zuivel van een boer waarvan je weet dat de koeien buiten lopen en/of dat hij weinig antibiotica gebruikt. Want het hoeft zeker niet zo te zijn dat een niet-biologische boer veel antibiotica (of bestrijdingsmiddelen) gebruikt! Ik ken ook genoeg duurzame boeren zonder het EKO-keurmerk. 

9) Biologisch geteeld voedsel bevat geen transvetten

Transvet zit van nature in kleine hoeveelheden in producten van dierlijke afkomst. Echter, in veel industrieel bewerkte (niet-biologische) producten zitten geharde (trans)vetten. Deze zijn heel anders van structuur dan het natuurlijke transvet. Vloeibare, meervoudig onverzadigde vetzuren (zoals maïs-, koolzaad-, zonnebloem- en sojaolie) worden door hydrogenatie fabrieksmatig omgezet in vaste transvetten. Voor de industrie zijn ze perfect: ze zijn goedkoop, worden niet ranzig en geven het eindproduct een mooie structuur. Helaas zijn deze transvetten schadelijk voor onze gezondheid. Ze zijn zelfs, volgens ons eigen RIVM, ‘overtuigend risicoverhogend’. Vreemd dat ze in Nederland nog steeds in zeer veel supermarktproducten en restaurants worden toegepast: van koekjes tot brood en nagenoeg alle hartige producten en snacks. Nog een reden om voor biologisch te kiezen: daarin mogen transvetten niet worden gebruikt. Lees meer over transvetten op deze website.

Tip à la Rineke: Ook transvetten, in veel industrieel voedsel, zijn niet te verteren en feitelijk onbruikbaar voor ons lichaam. Ze zouden niet in voeding mogen voorkomen. Gelukkig mag het in biologisch voedsel ook niet worden gebruikt.

10) Biologische zuivel, meer gezonde eigenschappen

  • Biologische zure zuivel heeft een probiotische werking in onze darmen. De ‘zuurselculture’ die gebruikt wordt in biologische zuivel is anders dan in gangbare zuivel, waardoor de totale fermentatieduur langer is en er meer probiotische stoffen gevormd worden. Ook is de procedure van afkoelen anders in biologische zuivel, waardoor de fermentatie langer doorgaat.

Tip à la Rineke: gefermenteerd voedsel is niet alleen lekker, het kan je gezondheid een flinke duw in de goede richting geven. Door fermentatie worden de moeilijk afbreekbare eiwitten en de lactose uit zuivel beter afgebroken. Hierdoor zijn gefermenteerde eiwitten makkelijker te verteren, zeker voor mensen met een zwakke spijsvertering. Een goede afbraak tot aminozuren is erg belangrijk. Denk alleen al aan je brein die hieruit al je ‘happy hormonen’ moet aanmaken.

  • Zuivel van biologische dieren (die loslopen/gras eten) bevat meer gezonde vetzuren (met name CLA en Omega-3vetzuren) en meer antioxidanten en vitamines (zie deze website).
  • Jonge kinderen die biologische zuivel eten, lijken tot 30% minder eczeem te ontwikkelen. (9)

Zullen we voor duurzaam kiezen?

Alles wat we in duurzaamheid investeren heeft, ook op onze eigen gezondheid, een positieve uitwerking. Als consument leggen we de link tussen milieu en onze eigen (hormonale) gezondheid soms nog te weinig. Meestal omdat we het verband niet eens kennen en de feiten niet in het grote geheel worden gezien. Ik hoop met dit artikel en vooral met mijn laatste boek de nauwe relatie tussen onze gezondheid en die van het milieu nog meer wereldkundig te maken. De consument is de spin in het web in de omschakeling naar duurzaam: die heeft de macht over de inhoud van zijn/haar winkelwagentje! Ik heb er alle vertrouwen in (en ook alle hoop op) dat we meer gaan kiezen voor een gezonde aarde en daarmee voor onze eigen gezondheid. Ik kijk elke dag met een glimlach naar deze tekst van Steve Jobs:

The people who are crazy enough to think they can change the world are the ones who do.

Steve Jobs

Laten we met zijn allen ‘gek genoeg’ zijn om te denken dat we de wereld kunnen veranderen en dat ook doen!

Meer?

Benieuwd naar succes verhalen die bewijzen dat omschakelen echt haalbaar is? Kijk dan eens de dvd ‘’Voices of transition”.

Tip: kom naar de lezing van 24 april 2016 in Heerenveen als je Dos Winkel wilt horen spreken over de kansen en bedreigingen van onze oceanen. Opgave is noodzakelijk en kan via deze link: Lezing Dos Winkel i.c.m Rineke Dijkinga Heerenveen

Over de auteur van dit artikel

Ruim 15 jaar lang heeft Rineke mensen met chronische klachten begeleid in haar praktijk in Sellingen op het gebied van voeding en leefstijl. Omdat het voor veel mensen moeilijk is om gezond eten in de praktijk te brengen, schreef ze in 2011 haar eerste boek: Weten van (h)eerlijk eten 1. Na alle overweldigende reacties en de vraag naar meer informatie bracht ze in 2013 deel 2 uit, gevolgd door nog twee boeken. Haar meest bekende boek is 'Alles draait om je Hormonen': 

een uitgebreid voedingshandboek voor de moderne mens. Heerlijke recepten en uitgebreide achtergrondinformatie om je gezondheid positief te beïnvloeden, vormen in alle boeken de rode draad. Inmiddels richt ze zich volledig op het verspreiden van haar kennis via lezingen en het schrijven van boeken. Ook ontwikkelt ze producten onder het merk 'à la Rineke', waarmee je puur en gezond eet in een handomdraai.

Meer over Rineke

Bronnen

(1)Baranski M et al. Higher antioxidant and lower cadmium concentrations and lower incidence of pesticide residues in organically grown crops: a systematic literature review and meta-analyses.Br J Nutr. 2014 Sep 14;112(5):794-811.

(2) Oxid Med Cell Longev. 2013; 2013: 898034. Published online 2013 Aug 12. doi: 10.1155/2013/898034 Cadmium and Its Neurotoxic Effects Bo Wang 1 and Yanli Du 2 ,* Author information ► Article notes ► Copyright and License information

(3) Int J Biomed Sci. 2008 Jun; 4(2): 89–96. PMCID: PMC3614697 Free Radicals, Antioxidants in Disease and Health Lien Ai Pham-Huy,1 Hua He,2 and Chuong Pham-Huy3 Author information ► Article notes ► Copyright and License information / Miller AL. Antioxidant Flavonoids: Structure, Function and Clinical Usage. Alt. Med. Rev. 1996;1:103–111.

(4) http://www.orthokennis.nl/artikelen/Bitter-is-beter,-een-introductie-tot-salvestrolen / Potter GA, Burke MD. Salvestrols – natural products with tumour selective activity. Journal of Orthomol. Medicine 2006;21(1):34-36.

(5) 5 februari 2016. Een nieuw Duits onderzoek heeft 37 producten uit de gangbare en biolandbouw met elkaar vergeleken. Conclusie: het aantal pesticidenresidu's binnen de gangbare landbouw ligt een stuk hoger dan bij bio.

De Duitse onderzoeker Lars Neumeister onderzocht tussen 2011 en 2013 de pesticidenresidu's in 37 producten. Hij nam daarvoor 58.000 stalen en stelde vast dat er in gangbare producten veel opvallend hogere concentraties bestrijdingsmiddelen werden teruggevonden dan in bio.

Bij fruit lag de concentratie pesticiden gemiddeld 350 keer hoger dan bij bio, met als uitschieter kiwi's: Daar was het verschil liefst 3.000 keer. Bij groenten lag de pesticidenconcentratie voor gangbare producten zo'n 30 keer hoger.

Bovendien werden bij de biostalen nauwelijks pesticidenresidu's teruggevonden. Was dat wel het geval, dan bleek het in meer dan 90 procent van de gevallen het gevolg te zijn van besmetting vanuit de gangbare landbouw. Die ontstaat door drift van een naburig veld of om historische verontreiniging.

Het onderzoek gaf ook nog aan dat hoewel de drempelwaarden voor volwassen nergens overschreven worden, de concentratie bestrijdingsmiddelen die in de gangbare producten gemeten werden voor baby's te hoog liggen.

Bron: "Pestizide in ökologisch und konventionell produzierten Lebensmitteln".

Bron: DRadio Wissen

Nieuwsfoto: KVL/Creative Nature, Bioshop Turnhout

(6)Średnicka-Tober D et al. Higher PUFA and n-3 PUFA, conjugated linoleic acid, α-tocopherol and iron, but lower iodine and selenium concentrations in organic milk: a systematic literature review and meta- and redundancy analyses. Br J Nutr. 2016 Feb 16:1-18. [Epub ahead of print]

(7) http://orgprints.org/23130/1/Adler%20et%20al%202013%20Effects%20short-term%20long-term%20grassland%20management%20seasonal%20variation%20oganic%20conventional%20dairy%20farming%20composition%20bulk%20tank%20milk.pdf

(8)Średnicka-Tober D et al. Composition differences between organic and conventional meat: a systematic literature review and meta-analysis.Br J Nutr. 2016 Feb 16:1-18. [Epub ahead of print]

(9) http://www.louisbolk.org/news/114/160/Biologisch-dynamische-melk-gezonder/

(10) Bron: http://blog.journals.cambridge.org/2014/07/new-study-finds-significant-differences-between-organic-and-non-organic-food/

(11) United States Food and Drug Administration. (2009). Summary report on antimicrobials sold or distributed for use in food-producing animals. Department of Health and Human Services / (48) Emanuele, P. (2010). Antibiotic resistance. American Association of Occupational Health Nurses Journal, 58(9)

(12) Chee-Sanford, J.C. et al. (2009). Fate and transport of antibiotic residues and antibiotic resistance genes following land application of manure waste. Journal of Environmental Quality, 38(3), 1086-1089.

(13) http://www.sustainabletable.org/257/antibiotics

(14) http://www.compendiumvoordeleefomgeving.nl/indicatoren/nl0006-Gebruik-gewasbeschermingsmiddelen-in-land--en-tuinbouw-per-gewas.html?i=11-61

(15) http://www.economist.com/blogs/graphicdetail/2012/04/daily-chart-17

(16) http://www.wakkerdier.nl/uploads/media_items/150924-lei-vleesconsumptie.original.pdf

(17) http://www.greenpeace.nl/2016/Persberichten/Verkoop-glyfosaat-vijf-keer-hoger-dan-aangenomen/

(18)journals.plos.org:Bumblebee Pupae Contain High Levels of Aluminium Christopher Exley ,Ellen Rotheray, David Goulson, Published: June 4, 2015