Stel je eens voor dat bovenstaand plaatje over een paar jaar de realiteit van etiketten in de supermarkt zijn… Welke zou jij kiezen?
De bak zomerfruit van € 3,00 of die van € 4,50?
Waarschijnlijk vergelijken we de prijs. Misschien kijken we naar de kleur, hoe mooi het eruitziet of de houdbaarheid.
Maar stel dat dit er óók bij zou staan:
– de voedingswaarde,
– de Brixwaarde (een maat voor rijpheid en suikeropbouw),
– de diversiteit van het bodemleven,
– het aantal residuen van bestrijdingsmiddelen,
– het gehalte aan mineralen en sporenelementen.
Zou je dan nog steeds dezelfde keuze maken?
In juli 2026 hoorde ik vier inspirerende sprekers tijdens de Dag van de Regeneratieve Landbouw, georganiseerd door de Regeneratieve Alliantie. Hun verhalen verschilden in aanpak, maar kwamen allemaal uit bij dezelfde conclusie: Alles begint bij de bodem.
Niet alleen voor de boer, maar uiteindelijk ook voor onze eigen gezondheid.
Dan Kittredge van de Bionutrient Food Association, liet zien dat duizenden analyses steeds dezelfde richting aanwijzen: een rijk en divers bodemleven is een van de belangrijkste factoren voor de voedingswaarde van voedsel. Hij noemt dat ‘nutrient density’: voedsel dat niet alleen vult, maar ook werkelijk voedt. Zie verder mijn artikel over ‘hidden hunger’.
De grote vraag is dus niet zozeer hoeveel ton voedsel per hectare er geleverd wordt, maar hoe voedzaam dat voedsel uiteindelijk is. Willen we voeding met of zonder voedingswaarde?
Regeneratieve landbouw draait primair om het herstellen van bodemleven. Met compostthee, kruidenfermenten, permanente bodembedekking, biodiversiteit, mengteelten en het voeden van de micro-organismen die uiteindelijk óns voedsel en daarmee ons voeden.
Hoe mooi zou het zijn als we over enkele jaren niet alleen de prijs, maar óók de voedingswaarde van ons voedsel kunnen meten? Dat wij als consumenten die informatie gewoon kunnen meenemen in onze keuze.
Dan Kittredge vertelde nog iets wat mij enorm hoopvol stemde: voedsel met een hoge voedingswaarde blijkt vaak óók rijker aan smaak en aroma. Misschien kiezen we straks niet meer alleen met onze portemonnee, maar ook met onze smaakpapillen.
Want smaak is misschien wel veel meer dan een culinair genoegen. Het kan een aanwijzing zijn voor de vitaliteit van ons voedsel – en uiteindelijk ook van onszelf. Het vermogen om dat te herkennen, zit gelukkig nog in ieder van ons.
Dank, Regeneratieve Alliantie, voor deze prachtige uitwisseling van jullie kennis Veel van de regeneratieve principes zijn niet nieuw. Ze bouwen voort op kennis die generaties boeren al toepasten, en worden nu aangevuld met nieuwe inzichten en meetmethoden.

Stiekem droom ik er wel eens van dat de Brixmeter een standaardindicator wordt voor de kwaliteit van onze voedselkwaliteit.
Waarom? Omdat een Brixwaarde veel meer meet dan alleen suiker. Het geeft ook inzicht in de hoeveelheid opgeloste stoffen in het plantensap, zoals mineralen, aminozuren en andere bouwstoffen. Daarom wordt het vaak gezien als een indirecte maat voor de kwaliteit van de fotosynthese.
Een plant die optimaal fotosynthetiseert, legt meer koolstof vast, voedt het bodemleven beter en kan doorgaans meer mineralen opnemen. Zulke planten zijn vaak weerbaarder tegen droogte, hitte, vorst, ziekten en plagen. En niet onbelangrijk: ze smaken meestal ook beter. Smaak is dus feitelijk een indicator van voedingswaarde.
Lees er meer over in mijn artikel: “Wij zijn ook wat ons eten heeft gegeten”.

