Voedingsadviezen bij Osteoporose

Een citaat van de Osteoporose Stichting: “Iedere zes minuten breekt er in Nederland iemand een skeletdeel als gevolg van osteoporose. Bij mensen onder de 55 jaar worden geen osteoporose gegevens bijgehouden, maar osteoporose komt wel bij jongeren voor.

Wat cijfers op een rij:

  • 70% van de mensen met osteoporose weet zelf niet dat ze het hebben (zij zijn niet gediagnosticeerd).
  • 70% van de mensen met een gediagnosticeerde osteoporose wordt niet adequaat behandeld met anti-osteoporose medicijnen.
  • 80% van de mensen boven de 55 jaar, die met een breuk in het ziekenhuis komen, wordt niet nader onderzocht op osteoporose”. Tot zover het citaat.

De feiten

De diagnose wordt gesteld met een soort röntgenfoto die de botmassa meet: meestal de DEXA scan. Hiermee wordt de BMD bepaald (de Bone Mineral Density). De T-score die hieruit volgt vergelijkt de waardes met de botdichtheid van een jonge vrouw, bij wie de botdichtheid nog op zijn hoogst is*. Dus heel vreemd is het niet dat veel Dexa’s een negatieve uitslag geven: vanaf ons 35-ste levensjaar neemt de botdichtheid immers af.

Osteopenie = het voorstadium van botontkalking (de botmassa is lager dan die van een gezond persoon maar wel hoger dan van iemand met botontkalking).

Osteoporose= er is botontkalking.

De grens tussen osteopenie en osteoporose wordt regelmatig naar beneden bijgesteld zodat dus meer mensen de diagnose ‘osteoporose’ krijgen. De Z-score houdt wel rekening met je leeftijd, ras**, gewicht en geslacht.

Veel medicijnen die ingezet worden tegen botontkalking (meestal hormonen of bifosfonaten) zorgen dat de afbraak vermindert maar doen weinig tot niets aan de opbouw van de botten. Het gros van de mensen merkt pas dat ze osteoporose hebben als ze in het ziekenhuis belanden met een botbreuk.

*Botmassa (zoals gemeten wordt) en botsterkte zijn niet hetzelfde. Iemand met een verminderde botmassa kan toch sterke botten hebben. De botsterkte lijkt steeds meer de beslissende factor te zijn: er zijn steeds meer mensen met goede uitslagen die toch spontane botbreuken oplopen (Arch int Med 2004: 164-1108-12).

**Per land is het verschil in osteoporose zeer groot: er zijn ook gebieden met 80-jarige vrouwen die totaal geen last hebben van osteoporose.

Factoren die osteoporose in de hand werken

  • Erfelijke aanleg
  • Kleine, tengere lichaamsbouw
  • Weinig lichaamsbeweging / langdurige bedlegerigheid
  • Slechte voedingstoestand als opgroeiend kind / te weinig bewegen als opgroeiend kind
  • Regelmatige afslankkuren
  • Regelmatig gebruik van laxeermiddelen
  • Gebruik van medicijnen als corticosteroïden, maagzuurbinders, langdurig antibiotica gebruik, anticonceptiepillen, cytostatica, antistollingsmiddelen, antipsychotica, immunosuppressiva, cholesterolverlagers, plaspillen etc. Vraag bij een orthomoleculair arts of therapeut welke voedingstoffen u bij uw medicijnen extra nodig zou hebben en vul deze eventueel aan! *
  • Langdurige darmstoornissen waardoor de opname van veel voedingsstoffen verlaagd is
  • Schildklierklachten
  • Overgang
  • Roken (omdat dit tot tekorten leidt aan vitamine C en D, maar ook omdat het zorgt dat calcium wordt gebonden en niet kan worden opgenomen in onze botten)
  • Stress (omdat dit zorgt voor een verhoogde behoefte aan vitaminen en mineralen. Vooral magnesium wordt dan veel extra gebruikt. Een mineraal dat heel weinig voorkomt in onze huidige voeding en die zeer belangrijk is voor de opname van calcium)
  • Te weinig bewegen. Beweging waarbij je je botten belast, zoals wandelen, vertraagt de botafbraak. Bewegen zorgt ook voor een betere doorbloeding zodat botweefsel beter ‘bevoorraad’ wordt qua voedingsstoffen en zuurstof. Dus welke beweging je ook kiest, het is goed. Maar belasting van je botmassa door te wandelen blijft voor botten de belangrijkste vorm van bewegen.
  • Te weinig maagzuur: de mineraalopname in ons lichaam is afhankelijk van de zuurgraad in maag en dunne darm. Bij veel mensen is deze verstoord (ook vaak door het gebruik van maagzuurremmers) Boekentip: ‘Waarom maagzuur goed voor je is”. (Dr. J.V Wrigth)

Voedings middelen of gewoonten die een negatieve invloed hebben op botontkalking

  1. Teveel (dierlijke) eiwitten. Des te meer dierlijke eiwitten, des te hoger de uitscheiding van calcium. Iemand die veel dierlijke eiwitten eet heeft dus een veel hogere calciumbehoefte. Maar……onvoldoende eiwitinname is nog slechter voor botten. 50% van het botvolume wordt gevormd uit eiwitten. En ook voor behoud van spiermassa (ZEER belangrijk bij osteoporose) is eiwit heel belangrijk. De kunst is dus om wel eiwitten te eten maar deze voor een groot deel uit plantaardige bronnen te halen en ruimschoots te compenseren met groente, fruit en zure melkproducten. Zie ook link: Eiwitten en aminozuren
  2. Teveel granen (zemelen, brood, pasta, crackers, pasta’s etc.) die veel fytinezuur bevatten. Zie de recepten in ‘Weten van (h)eerlijk eten’ deel 2 met een lange rijstijd die het fytinezuur grotendeels onwerkzaam maken.
  3. Teveel koffie of andere cafeïnehoudende dranken (zwarte thee, cola, cacao etc.). Deze zorgen voor een verhoogde uitscheiding van calcium en magnesium met de urine. Zeker na de overgang heeft teveel koffie een negatieve invloed op de botdichtheid.
  4. Ook alcoholische dranken hebben een negatieve invloed op onze Calcium- en Magnesium status.
  5. Teveel voeding waar fosfaten in zitten (bijv. vleeswaren, frisdranken, conserverings- middelen, blikgroenten, kant-en-klaar maaltijden/sauzen, melkpoeder, smeerkaas etc.). Als onze fosforinname hoger is dan onze calciuminname, dan heeft dat een negatieve invloed op onze botmassa. Het bindt dan namelijk calcium voordat het kan worden opgenomen of onttrekt zelfs calcium uit onze botten. Op de etiketten van producten staat fosfor vermeld met E nummer E 338 t/m E 341, als fosforzuur of met allerlei benaming als dikaliumwaterstoffosfaat etc., altijd eindigend op fosfaat. Calcium en fosfor horen- om geen botontkalking te krijgen- helemaal met elkaar in evenwicht te zijn. Dus net zoveel calcium als fosfor. Het gemiddelde Westerse dieet bevat (door bovengenoemde voeding met fosfaten) 2-4 x zoveel fosfor ten opzichte van calcium. Een sterk uitlokkende factor voor botontkalking.
  6. Suikers, ook de ‘verborgen’ suikers in frisdrank, koekjes, tussendoortjes etc. Suikers onttrekken bij hun ‘verbranding’ namelijk essentiële vitaminen en mineralen uit ons systeem. Deze kunnen dan niet meer worden aangewend voor onze botten. Ook de overmaat aan fructose heeft een negatief effect op botontkalking.
  7. Teveel oxaalzuur in groenten als rabarber, spinazie, postelein etc. Bij dergelijke groenten is het erg belangrijk om een calciumbron toe te voegen: doe iets krijt in rabarber, een scheutje room in de spinazie etc. of gooi het kookvocht weg. Maar laat je niet weerhouden om regelmatig deze groenten te eten. Van de koude grond/biologisch verbouwd bevatten ze veel minder oxaalzuur. Bovendien heeft een beetje oxaalzuur ook weer positieve eigenschappen. Zie link website: Fytinezuur en andere anti-nutriënten.
  8. Cola. Dit bevat 5 stoffen die negatief op onze botten werken, namelijk fosfor, oxaalzuur, cafeïne, veel suiker en zout. Geen wonder dat er dus al pubers zijn bij wie de botontkalking al is ingezet.
  9. Teveel ‘zuurvormend’ in plaats van ‘basevormend’ voedsel. Ons lichaam gedijt eigenlijk alleen bij een overschot aan basen. Ons huidige voedselpatroon zorgt juist voor een overschot aan ‘zuren’. De grootste ‘zuurvormers’ zijn: koffie, suikers en dierlijke eiwitten (vooral kaas). De grootste ‘basevormers’ zijn groenten en fruit. Als ons bloed te ‘zuur’ wordt, wordt er calcium en andere mineralen uit onze botten onttrokken. Veel mineralen kunnen het bloed namelijk weer ‘basischer’ maken.
  10. We drinken te weinig. En koffie en alcoholhoudende dranken werken negatief op onze vochthuishouding. Ze onttrekken nl. water aan ons lichaam in plaats van water toe te voegen. Water is echter HET transportmiddel voor de aanvoer van voedingsstoffen en de afvoer van afvalstoffen.
  11. We eten teveel ‘geraffineerde’ producten. Denk daarbij aan witte suiker, witmeelproducten en keukenzout. Dit zijn voor ons lichaam in feite ‘lege’ voedingsmiddelen, ze zijn ontdaan van hun vitamines, mineralen en sporenelementen. Om deze voedingsmiddelen te kunnen ‘verbranden’ zijn deze vitamines, mineralen etc. WEL nodig. Daarom worden ze aan ons lichaam onttrokken om ze toch te kunnen verteren. Suikers zijn wellicht de grootste veroorzaker van de toename van botontkalking op jonge leeftijd.
  12. Teveel zout en kant-en-klaar producten en/of maaltijden. Zout verhoogt de uitscheiding van calcium en mineralen via de nieren.
  13. Teveel soja. Door het gezonde imago van soja denken veel mensen er goed aan te doen om veel soja te eten/drinken. Het is om meerdere redenen, zeker bij botontkalking, aan te raden om NIET veel soja te gebruiken. NB: Gefermenteerde soja als miso, tempeh etc. is wel goed. Zie ook mijn artikel over Soja
  14. Fluor. Zoals we al geruime tijd weten: Fluor zorgt voor heel wat gezondheidsklachten en kan o.a. botontkalking veroorzaken en/of verergeren. Het lost als het ware het collageen in ons lichaam op en gaat de mineralisatie van onze botten tegen. Gelukkig is er voldoende aanbod van tandpasta’s zonder fluor. Voldoende magnesium in de voeding is belangrijk om fluor te neutraliseren.

Melk is goed voor...

Hoewel we worden opgevoed met de stelling dat melk goed is voor onze botten lijkt het tegenovergestelde waar. In landen waar veel melk wordt gedronken komt botontkalking meer voor. Daar komt ook de hilarische uitspraak van Walter Wallet (voedingsepidemioloog) vandaan: “Wie botbreuken wil voorkomen, kan beter zijn koe niet meer melken, maar de koe mee uit wandelen nemen”. In melk bevindt het calcium zich als calcium carbonaat (dit is helaas ook de vorm die in veel supplementen gebruikt wordt). Dit is voor een mens een slecht opneembare vorm van calcium.

Ook bevat melk verzadigd vet dat de opname van calcium vermindert. En als laatste bevat melk de mineralen calcium-magnesium en fosfor niet in een voor een mens geschikte verhouding. Omdat een kalfje zo snel moet groeien bevat koemelk veel fosfor (ten opzichte van moedermelk), en dit hoge fosforgehalte is weer mede verantwoordelijk voor de slechte opname van calcium bij mensen.

Calcium bronnen

(in mg/100 gr)

Agaragar 625
Amandelen 250
Basilicum, gedroogd 2.100
Basilicum, vers 250
Bieslook, vers 138
Bladselderij 250
Boerenkool 220
Brandnetel 480
Broccoli 105
Chilipeper, gedroogd 300
Chinese kool 125
Geitenkaas, hard 895
Kaneel 1.200

Kerrie 500
Kervel, gedroogd 1.300
Komijnzaad 930
Korianderblad, gedroogd 1.246
Korianderzaad 709
Kruidnagel 650
Lijnzaad 250
Magere kwark 125
Oregano 1.600
Paardenbloemblad 180
Pepermuntblad, vers 243
Peterselie, gedroogd (gemiddeld) 1.246
Postelein 125

Rozemarijn, gedroogd 1.300
Sesamzaad 780
Sojameel 200
Spinazie 120
Tahin 900
Tarwekiemen 250
Tuin- en sterkers 250
Ui, gedroogd 165
Vijg, gedroogd 190
Zeekraal 150
Zeeslavlokken 700
Zeewieren, gedroogd 850

ADH: 1.000 mg/dag voor vrouwen en mannen tot 50 jaar, 1.200 mg/dag als je ouder bent. Je ziet dat de ADH prima uit je voeding te halen is. Zeker als je, net als in de recepten in mijn boeken, veel met kruiden en specerijen werkt. De tabel laat overduidelijk zien hoe gemakkelijk je calcium uit je voeding kunt halen zonder zuivel en dierlijke eiwitten: groente, kruiden, noten en zaden zijn geweldige bronnen die niet alleen calcium, maar ook veel andere vitamines, mineralen en beschermende stoffen leveren. Bovendien zijn ze veel beter opneembaar dan calcium uit zuivel.

Goed opneembare calcium bronnen

Eet ruim voldoende goede opneembare calciumrijke voeding: groente, amandelen, tempeh, vijgen, tahin, sesamzaad, hazelnoten, pistachenoten, sinaasappels, haring, olijven. In tegenstelling tot wat iedereen vaak denkt is zuivel een slecht opneembare vorm van calcium. Tahin en groente fruit zijn veel beter opneembare bronnen.

Recept uit weten van heerlijk eten deel 1

Recept: 'Zoiets als Gado gado' /uit weten van (h)eerlijk eten 1. Tahin is één van onze beste calciumbronnen.

Hoeveel Magnesium bevat voedingsmiddelen?

Magnesium rijke voedingsmiddelen in mg/100 gram

Banaan30
Kaneel60
Spinazie65
Vijgen75
Munt80
Havermout120
Quinoa130
Cashewnoot140
Hazelnoot/amandel150
Gerst150
Gierst150
Pistache ongezouten158
Walnoten160
Pompoenpitten160
Lupinemeel170-270
Haver korrel177
Lijnzaad180
Lijnzaad180
Pinda210
Pijnboompitten230
Soja250
Tarwekiemen280
Sesamzaad350
Tahin350
Komijn350
Komijnzaad350
Maanzaad360
Maanzaad360
Zonnebloempitten390
Paranoten410
Paranoten410
Cacao520
Zeewier650-700
Koriander blad gedroogd694
Agar Agar poeder750
Rijstzemelen onbewerkt781

Bronnen: www.voedingswaarde tabel, www/ http://ndb.nal.usda.gov/ndb/search, www.foodsel.com

Voedingsstoffen met een positieve invloed

1) VITAMINE D

Deze stof moet onder invloed van zonlicht door onze huid worden gevormd. Bij het ouder worden gaat dit proces steeds moeizamer. Ook mensen die weinig buiten komen hebben een groot risico op vitamine D-tekort. Daarom wordt suppletie geadviseerd voor mensen boven de 60 jaar. Sinds kort weten we dat geen enkele Nederlander in de donkere maanden voldoende vitamine D kan aanmaken, zelfs niet als we dagelijks buiten komen. Voeding die vitamine D bevat: levertraan, ei, roomboter, vette vis, vooral haring, zalm, paling en sardines. Maar geen enkel voedingsmiddel bevat voldoende om evt. tekorten aan te vullen.

Voor iedereen met osteoporose zou het raadzaam zijn om zijn vitamine D gehalte in het bloed te laten bepalen en op basis van deze waarde een vitamine D supplement te gaan gebruiken.

2) GEZONDE KOUDGEPERSTE BIOLOGISCHE VETTEN

Eet regelmatig koudgeperste oliën, noten, zaden, noten- en zadenpasta’s. Niet alleen zijn dit gezonde vetbronnen, ze bevatten ook veel mineralen. Een overschot aan verzadigde vetten (in zuivel, vlees, kaas, snacks etc.) zorgt ervoor dat mineralen slecht kunnen worden opgenomen in onze darm. Dit is wellicht een van de redenen dat veel zuivel (met verzadigd vet) geen optie is.

3) MAGNESIUM

Eet ruim magnesiumrijke voeding: amandelen, cashewnoten, bladgroenten als spinazie en postelein, broccoli, doperwten, tuinbonen, zwarte chocola, vijgen, dadels, (tarwe)kiemen. Maar in veel gevallen van botontkalking zou het zinvol zijn om magnesium als supplement te gebruiken. Er zit te weinig magnesium in onze bodem om een optimale magnesiumstatus via de voeding te realiseren bij botontkalking. Zeker als groente en fruit niet zeer ruim in de voeding voorkomen, kan suppletie (voor het slapen gaan) zinvol zijn.

DE CALCIUM MAGNESIUM BALANS

LET OP: Calcium gebruiken als er onvoldoende magnesium is heeft weinig/geen zin. Magnesium is nodig voor de stofwisseling van calcium en vitamine D. Het vreemde is dat het gros van de mensen geen calciumtekort heeft maar een flink magnesiumtekort. Toch wordt vaak alleen calcium + vitamine D voorgeschreven. Het is aan te bevelen om zeker net zoveel calcium als magnesium te gebruiken. Bij mensen met een stressvol leven en/of een hoog medicijngebruik (bijvoorbeeld plaspillen en maagzuurremmers) is het belangrijk om 2 x zoveel magnesium ten opzichte calcium te gebruiken. Bovendien haalt de gemiddelde Nederlander de minimale grens van 400 mg per dag niet. Voor het gros van de mensen geldt dus de norm '2 x zoveel magnesium ten opzichte van calcium'. 

Voldoende magnesium voorkomt ook calciumafzetting (in gewrichten of in de vorm van nierstenen). Vaak wordt aangenomen dat botontkalking op te lossen is door extra calcium. Dit is alleen het geval als er ook extra magnesium wordt ingenomen. Gebeurt dit niet dan wordt het extra calcium niet opgenomen. Sterker nog: dan wordt calcium uit de botten onttrokken. Het feit dat in landen waar meer zuivel genuttigd wordt botontkalking veel vaker voorkomt geeft al aan dat extra calcium in de vorm van zuivel niet de oplossing kan zijn voor dit probleem. Magnesium reguleert namelijk de opname en uitscheiding van calcium. Een hogere calciuminname leidt automatisch tot een hogere behoefte aan magnesium. Via de voeding is het bijna onmogelijk om dan voldoende magnesium binnen te krijgen bij extra calcium inname. Daarom is het verstandiger om magnesium in een goed opneembare (organische) vorm te suppleren. Vraag goed na of je een goed opneembare vorm van magnesium koopt. Voeding die magnesium bevat: groene bladgroenten, noten, vijgen, bananen en peulvruchten.

4 )Fyto-oestrogenen

In de menopauze daalt de oestrogeen productie sterk. In de eerste 2 jaren van de menopauze verliezen vrouwen gemiddeld 6% van hun botmassa. Plantaardige oestrogenen uit soja, haver, pompoen, bessen, lijnzaad en peulvruchten lijken osteoporose te kunnen vertragen en zelfs de botdichtheid te kunnen vergroten. Dit omdat ze een licht oestrogene werking hebben. (zie verder bij het weetje over soja)

Let Op: we weten inmiddels dat de omzetting van deze fyto-oestrogenen in bruikbare stoffen wel afhankelijk is van voldoende gezonde darmbacteriën.

5) Vitamine K2

Lange tijd werd er gedacht dat vooral vitamine K1 uit groente, algen en fruit de belangrijkste vitamine K-bronnen voor onze botten waren. Inmiddels weten we dat het juist vitamine K2 is die botontkalking (en ook ‘aderverkalking’) tegengaat. Vitamine K2 zit in het bijzonder in gefermenteerde producten: Natto, miso, zuurkool, yoghurt en kwark, het liefst wel de biologische vanwege het andere fermentatieproces dan niet-biologische zuivel. Het zorgt o.a. voor de inbouw van calcium in de botten en het activeert de osteoclasten.

6) Zorg voor voldoende borium

Dit is zeker voor postmenopauzale vrouwen van groot belang! De rijkste bron hiervan: gedroogde pruimen* (ook appel- en druivenpitten, pastinaken en dadels zijn rijk aan borium). Uit een onderzoek bij postmenopauzale vrouwen bleek dat gedroogde pruimen niet alleen botverlies voorkomen maar het botverlies ook weer kunnen omkeren. Eet er elke dag een paar, het liefst al voor de menopauze zijn intrede doet. In gedroogde pruimen zit ook de stof chlorageenzuur. Dit is een natuurlijke rustgever. Dus ook de onrust die vaak met de overgang gepaard gaat wordt tegengegaan door pruimen.

Bovendien hebben gedroogde pruimen een bijzonder gunstig effect op de darmwerking. Veel vliegen in 1 klap dus. Andere voedingsmiddelen met borium: noten, kokos, kurkuma, komijn, gedroogde peterselie.

*Elke dag een paar gedroogde pruimen had een zeer positief effect op de botdichtheid bleek uit een onderzoek. Er werd tijdens het onderzoek ook 500 mg calcium + 400 IE aan de testpersonen gesuppleerd.

7) Silicium

Is net als magnesium heel belangrijk om calcium in te kunnen bouwen en nieuwe osteoblasten te maken. Silicium zorgt bovendien voor sterke botten. Niet zozeer harde botten maar sterke botten beschermen ons tegen breuken. Veel medicijnen zijn gericht op het verkrijgen van hardere botten.

Silicium zit bijvoorbeeld in haver, gerst, gierst, brandnetel, heermoes, bamboe, champignons, de schil van vruchten*, citrusvruchten en in pectine, dit uit bijvoorbeeld appelpitten/schil. En in sommige gebieden bevat leidingwater behoorlijk wat silicium.

Voor degenen die Silicium als supplement gebruiken: enkel organische silicium kan echt worden opgenomen door onze spijsvertering. Kies dan ook bij voorkeur nog een vloeibaar middel.

* Als je de schil wilt eten vanwege de silicium is het wel raadzaam om voor biologische fruit te kiezen. De meeste pesticiden kun je er niet afwassen.

8) Zwavelhoudende voedingsstoffen

Deze zijn ook zeer essentieel bij veel vitale processen in het lichaam, ook voor de botten. Dagelijks knoflook, ui, en regelmatig avocado, ei etc. Dit zijn erg gezonde voedingsstoffen om je zwavel op peil te houden. Niet voor niets dus dat er in zowel ‘Weten van (h)eerlijk eten’ 1 als 2 zoveel met knoflook en ui wordt gewerkt.

9) Een goede zuur/base balans

De basische voedingsmiddelen moeten de overhand hebben in ons dagelijkse voedingspatroon. Zie de tabel hieronder. De ideale verhouding voor ons lichaam is 80% zwak basische en basische voedingsmiddelen en 20% zuurvormende voedingsmiddelen. Basische voedingsmiddelen laten een basische rest achter in ons lichaam, zure voedingsmiddelen een ‘zure’ rest. Ons lichaam kan eigenlijk alleen goed functioneren bij een basische rest. Bij teveel ‘zuren’ worden er mineralen uit onze botten onttrokken: met behulp van deze mineralen wordt ons bloed weer ‘basisch’ gemaakt. Helaas ten koste van onze botten.

Zuur base overzicht

Het is wellicht goed om te weten dat er meer factoren zijn dan alleen voeding die uiteindelijk bepalen of er zuren of basen overblijven: stress, voldoende vocht, voldoende mineralen in je voeding, een evenwichtige bloedsuikerspiegel, een gezonde maag-, nier- en darmfunctie spelen ook allemaal een rol in het zuur/base evenwicht.

Verdere informatie treft u aan in de bijlage zuur/basen van ‘Weten van (h)eerlijk eten’ 1.

10) En nog een paar voedingstoffen voor gezonde botten

Hoewel hier niet verder uitgelicht zijn ook deze ‘bouwstoffen’ voor onze botten van groot belang: De vitaminen A, C en E. En het mineraal zink, evenals de sporenelementen koper, mangaan en fluor. Al deze stoffen moeten we of voldoende uit onze voeding zien te halen of aanvullen met behulp van supplementen.

Het hebben van gezonde botten is dus van heel wat meer factoren afhankelijk dan van calcium en vitamine D.

Nog een paar belangrijke factoren die van belang zijn

  • ’s Nachts is de activiteit van onze botvormende cellen het grootst. Daarom is het belangrijk om voor het slapen gaan nog iets van calcium te nemen. Slikt u supplementen dan is ’s avonds voor het slapen gaan dan ook het beste moment om ze in te nemen.Calcium supplementen hebben een nadeel: als je er teveel van gebruikt bestaat er een grotere kans op hart- en vaatziekten. Bij mensen met hart- en vaatproblemen is voeding nog meer de aangewezen factor om extra calcium te verkrijgen.
  • Zorg voor uw maag en darmen. Gezonde, goed functionerende maag en darmen zijn van uitermate groot belang. Zij bepalen in welke mate uw lichaam in staat is om voedingsstoffen daadwerkelijk op te nemen. Goede darmbacteriën verhogen bijvoorbeeld de opname van calcium en andere mineralen. U kunt nog zo gezond eten, het staat en valt met het kunnen opnemen van de juiste voedingsstoffen. Gebruik geen laxeermiddelen (ook niet als thee) of teveel (tarwe)zemelen om uw darmen op gang te houden. Deze remmen de mineraalopname of zorgen voor een verhoogde uitscheiding van mineralen. De belangrijkste voorwaarden voor gezonde darmen zijn: voldoende Vet/Vezels/Vocht, stress beperking, voldoende magnesium en voldoende eiwitten. Alle groene iconen in ‘Weten van (h)eerlijk eten’ deel 1 en 2 zijn gericht op een gezonde darmwerking.
  • Mineralenbalans: Als u twijfelt aan de mineralenbalans in uw lichaam, bijvoorbeeld door medicijnen , langdurige stress of leef- en voedingsgewoontes kan een haaranalyse (aan te vragen via een orthomoleculair arts of therapeut) daar uitsluitsel over geven.

Over de auteur van dit artikel

Ruim 15 jaar lang heeft Rineke mensen met chronische klachten begeleid in haar praktijk in Sellingen op het gebied van voeding en leefstijl. Omdat het voor veel mensen moeilijk is om gezond eten in de praktijk te brengen, schreef ze in 2011 haar eerste boek: Weten van (h)eerlijk eten 1. Na alle overweldigende reacties en de vraag naar meer informatie bracht ze in 2013 deel 2 uit, gevolgd door nog twee boeken. Haar meest bekende boek is 'Alles draait om je Hormonen': een uitgebreid voedingshandboek voor de moderne mens. Heerlijke recepten en uitgebreide achtergrondinformatie om je gezondheid positief te beïnvloeden, vormen in alle boeken de rode draad. Inmiddels richt ze zich volledig op het verspreiden van haar kennis via lezingen en het schrijven van boeken. Ook ontwikkelt ze producten onder het merk 'à la Rineke', waarmee je puur en gezond eet in een handomdraai.

Meer over Rineke