Overgewicht

Hoe onze oergenen van invloed zijn op de obesitasepidemie

Hoe modern we er uiterlijk ook uitzien, ons erfelijke materiaal (genoom) is nog grotendeels identiek aan dat van de oermens. Dat betekent dat ons lichaam feitelijk dezelfde eisen stelt aan voeding en leefstijl als duizenden jaren geleden. Aan het eind van de zomer was er wat meer suiker (glucose en fructose) in het voedsel van de oermens, door vruchten en honing. Dit werd grotendeels gebruikt voor vetopslag. Hoe meer vetopslag in de nazomer, hoe groter de overlevingskans om de winter door te komen, waarin er bijna niets te eten was. De mens is van nature dus geprogrammeerd en gefixeerd op vet en zoet, omdat deze meer vetopslag genereren en dus betere overlevingskansen geven in een periode van voedselschaarste.

Survival of the fattest

De industrie maakt zeer handig gebruik van dit principe door veel vet en zoet in zeer veel producten te verwerken. Meer hierover kun je lezen in het boek van Michael Moss: ‘Zout, Suiker, Vet’. Doordat er nu het hele jaar door veel suiker en fructose in ons eten aanwezig is, zet ons lichaam dit volgens bovenstaand principe om in vet. Gemiddeld aten we in 2014 zo'n 50 kilo glucose op jaarbasis. Fructose is dan nog niet eens meegeteld.

Vanwege dit oermensprincipe kan een mens in de zomer ook gemakkelijker met het eten van koolhydraten omgaan dan in de winter. In de winter zorgt het eten van veel koolhydraten in de vorm van snelle suikers (brood, koekjes, tussendoortjes, pasta van tarwe, frisdranken, gezoete toetjes, aardappelen, rijst etc.) ervoor dat we eerder in gewicht toenemen, meer dan in de zomer.

Ook bij een streng dieet wordt het oermensprincipe weer in werking gezet. Ook dan lijkt er immers een periode van schaarste aan te komen en kiest ons lichaam ervoor om zo veel mogelijk vetreserve te genereren.

Een iets dikker mens (met een BMI groter dan 28) heeft betere overlevingskansen dan iemand met ondergewicht (een BMI kleiner dan 19,4). Zeker wanneer men te maken krijgt met een chronische ziekte.

Buikvet grootste risico

Niet vet, maar de locatie van vet bepaalt risico’s. Buikvet (visceraal vet) is het vet met de grootste risico’s. Het veroorzaakt onder andere veel hormonale klachten en laaggradige ontstekingen. Insuline en cortisol zijn de hormonen die in veel gevallen verantwoordelijk zijn voor te veel buikvet. In tegenstelling tot de oermens eten wij veel snelle koolhydraten die voor veel insulineaanmaak zorgen, zoals koemelk, tarwe en suiker. Ook kennen we veel meer hormoonverstorende factoren die voor de oermens niet eens bestonden. Denk maar aan kunstlicht, plastic, ploegendiensten en hormonale medicijnen. Bovendien had de oermens veel meer spiermassa, want hij bewoog 6 tot 8 uur per dag. En juist voldoende spiermassa is sterk bepalend of we voedsel kunnen omzetten in energie en warmte, dan wel opslaan als vet. Fit zijn is dan ook belangrijker dan vet.

Een BMI zegt niet zoveel, het gaat om de spier-vetverhouding. Een slank iemand kan behoorlijk vet zijn, omdat hij veel te weinig spiermassa heeft. Dit is het best te bepalen door een vetmeting op vier huidplooien. Verandering van voedingspatroon zonder bewegen of aanmaak van spiermassa te bevorderen, is dan ook een heilloze weg.

Een chronisch te hoog gewicht bij bewegende mensen is minder erg dan het jojo-effect van diëten: juist dan zien we vaker een hoge bloeddruk, chronische ziekten en eerder overlijden.

Niet elk pondje gaat door het mondje

Nog steeds wordt ons voorgehouden dat meer bewegen en minder calorieën eten de enige manier is om gewicht te verliezen, maar niet elk pondje gaat door het mondje. Een aantal andere oorzaken voor overgewicht:

  • Voedingstekorten die de omzetting van voedsel in energie verminderen, waardoor er meer vetopslag plaatsvindt: 
    • Door transport, opslag en teeltmethoden zitten er gewoon minder vitamines, mineralen en sporenelementen in onze voeding dan zo’n 20 jaar geleden. Deze stoffen zijn nodig voor de omzetting van voedsel in energie.
    • Lege voeding die veel vitamines en mineralen aan ons lichaam onttrekt, bijvoorbeeld bloem, geraffineerde suiker en zout. 
    • Bepaald medicijngebruik vermindert de stofwisseling.
    • Chronische stress verbruikt veel eiwitten en voedingsstoffen, zodat deze niet meer beschikbaar zijn voor onze stofwisseling.
    • Toxische stoffen uit voeding, milieu en cosmetica worden bij een teveel door ons lichaam ‘veilig’ opgeslagen in vet (zie bijvoorbeeld boek Julia Kang: ‘100% gifvrij’).
  • Hyperinsulinemie, insulineresistentie of koolhydraatverslaving. Dit wordt als hoofdoorzaak gezien van de obesitasepidemie.
  • Trage schildklier, te vaak diëten, verlaagde verbranding (door onder andere ons ‘caloriedenken’ of geen rekening houden met ons basaal metabolisme en de thermogenese van voeding). 
  • Toevoegingen aan voeding (glutamaten, fructose, transvet, zoetstoffen) die ons honger- en verzadigingsgevoel in de war brengen, waardoor leptine- en insulineresistentie kan ontstaan. Zie hiervoor ‘Weten van (h)eerlijk eten’-deel 1/tabel wetenswaardigheden.
  • Geen rekening houden met het basaal metabolisme van de mens. Te weinig eten vertraagt namelijk ook onze stofwisseling.
  • Hormonale ontregelingen: PMS, menopauze, andropauze, zwanger­schapsproblemen, stress, metaboolsyndroom (hierover gaat een lezing/cursus: “(h)eerlijk eten voor gezonde hormonen”). 
  • We eten te weinig gezond vet en eiwitten die onze stofwisseling moeten activeren.

Op een aantal van deze oorzaken ga ik nader in. Ik vertel hoe je ze kunt herkennen en wat je ertegen kunt doen.

Insulineresistentie

Een aantal kenmerkende symptomen:

  • Je hebt overgewicht, met name rond je middel.
  • Je hebt snel na het eten van pasta, rijst, brood, aardappelen of koekjes zin in iets zoets.
  • Vooral na lunch en diner heb je last van een flinke dip.
  • De nuchtere bloedsuikerspiegel, bloeddruk en het cholesterolgehalte zijn belangrijke aandachtspunten voor jou en je familie.
  • Je gebruikt medicijnen voor je bloeddruk, cholesterol of bloedsuiker.
  • Je bent flink aangekomen sinds je medicijnen gebruikt.
  • Ondanks dieet of sport lukt het je niet om je buikje weg te krijgen.
  • Je valt overdag gemakkelijk zomaar in slaap of wordt duf of gaperig als je heel even rustig gaat zitten, vooral vlak na de lunch of avondeten.
  • Je plast vaak in vergelijking met anderen. Ook ’s nachts moet je er meerdere keren uit om te plassen.
  • Je zweet regelmatig ’s nachts (vaak tussen 03.00 en 04.00 uur).
  • Je wordt niet uitgerust wakker en overdag ben je vaak moe zonder aanleiding. Ook kan er sprake zijn van apneu-achtige klachten.

Het gevaar van insulineresistentie

Als onze bloedsuikerspiegel snel stijgt (door snelle koolhydraten uit tarwe, witmeel, witte pasta, witte rijst, aardappelen, frisdrank, sapjes en alle suikerbevattende tussendoortjes), wordt er meer insuline aangemaakt. Hoe vaker en langer dit gebeurt, hoe groter de kans dat we insulineresistent worden. Insuline is het hormoon dat het teveel aan suikers moet wegwerken uit de bloedbaan. Als dit vaak gebeurt, worden de suikers weggewerkt naar onze vetcellen.

Wat je verder moet weten over insuline dat chronisch verhoogd is:

  • Een vetcel heeft tot wel duizend keer zoveel meer receptoren voor insuline dan een spiercel. Als er te veel glucose is, staat de vetcel altijd klaar om het op te nemen. 
  • Bij een hoog insulineniveau is er nauwelijks verbrandingscapaciteit. Insuline remt ook de vetafbraak (lipolyse). Vet gaat dan makkelijk de cel in, maar moeizaam eruit.
  • Insuline geeft veel ontstekingsbevorderende stoffen af.
  • Insuline geeft veel hormonale disbalans.
  • Vetcellen produceren wel twintig hormonale stoffen die allerlei processen kunnen verstoren.

Zie hierover de cursus in 2014: “(h)eerlijk eten voor gezonde hormonen”.

Wat te doen bij insulineresistentie?

Mensen met insulineresistentie doen er goed aan om overdag maar zeker ‘s avonds, en dan vooral ’s winters, geen snelle koolhydraten meer te eten. Hoe hoger je insulineniveau is gedurende de nacht, hoe minder je vetverbranding. Dus geen rijst, aardappelen en pasta bij het avondeten. Om de gezinsmaaltijd niet te verstoren, staan er veel lekkere alternatieven in zowel boek 1 als boek 2 (humus, spliterwtenpuree, krokante puree van zoete aardappel etc.). Schrap ook alle granen, totdat het glucoseniveau flink gezakt is. Als dit geen optie is, neem dan in ieder geval geen koolhydraten bij het avondeten.

Ga nuchter, dus vóór je ontbijt bewegen of doe 1 à 2 keer per week aan ‘dinner skipping’ (na 15.00 uur eet je niets meer), om je vetverbranding te stimuleren. En let zeer goed op het soort vet dat je eet (tijdelijk weinig omega 6-vetzuren en verzadigd vet, maar wel omega 3- en omega 9-vetzuren). Zie ook ‘Weten van (h)eerlijk eten’ deel 1/bijlage Vetten vanaf blz. 297.

Koolhydraatverslaving

Een aantal kenmerkende symptomen:

  • Je krijgt emotionele klachten als je minder koolhydraten eet. 
  • Je snoept meer als je gespannen of verdrietig bent. 
  • Je bent regelmatig op zoek naar koolhydraatrijke voeding (pasta, brood, koekjes, zoetigheid, frisdrank). Je vervangt ze door veel fruit, honing etc.
  • Je bent niet echt gelukkig.
  • Niet op tijd eten geeft plotselinge stemmingswisselingen.
  • Als je vrouw bent, heb je meer zin in snoepen vóór de menstruatie.
  • Vlak na het eten voel je je tijdelijk even beter.
  • De herfst en winter zijn niet jouw beste seizoen: je bent dan vermoeider, hebt meer neiging tot snoepen en je stemming laat te wensen over.
  • Je eet om de paar uur wel iets: drie uur lang niet eten is erg lang.
  • Als je niet op tijd eet, heb je last van concentratieverlies, trillen, zweten, prikkelbaarheid, huilerigheid, slaperigheid of je krijgt hoofdpijn.
  • Als je weggaat, neem je altijd iets mee voor de plotselinge trek.
  • De ‘beruchte’ momenten op een dag zijn 11.00 uur, tussen 16.00 en 17.00 uur en circa een uur na het avondeten.

Wat te doen bij een koolhydraatverslaving?

Als je dit sterk herkent, stap dan geleidelijk over op een laag-glycemisch dieet en schrap alle snelle koolhydraten. Zie ook de oranje iconen in ‘Weten van (h)eerlijk eten’ deel 1 en 2 en zie tabel Glycemische Lading in deel 1 vanaf blz. 289. Hierin wordt duidelijk uitgelegd welke gevolgen snelle koolhydraten hebben.

Verlaagde verbranding

Een aantal kenmerkende symptomen:

  • Je eet minder dan je nodig zou hebben, maar komt toch in gewicht aan. 
  • Je eet minder dan de mensen in je directe omgeving en toch heb je overgewicht.
  • Je voelt je lusteloos of vermoeid, zonder dat hiervoor een aanwijsbare oorzaak is.
  • Je valt nauwelijks af, ook niet wanneer je een (streng) dieet volgt en komt vervolgens snel weer aan als je het dieet niet meer volgt.
  • Je omschrijft jezelf als kouwelijk. 
  • Je hebt al veel diëten gevolgd, maar nooit met blijvend resultaat.
  • Je valt niet af, ook niet als je regelmatig sport. 
  • Om je gewicht zo veel mogelijk in de hand te houden, eet je weinig vet en regelmatig light en magere of halfvolle producten. 
  • In je jeugd was je al aan de stevige kant ten opzichte van je leeftijdgenoten. 
  • Voor vrouwen: na of tijdens de menopauze is je gewicht echt een rol gaan spelen.
  • Je schildklier is een aandachtspunt of je gebruikt medicatie voor je schildklier.
  • Sinds je bepaalde medicijnen gebruikt, ben je langzaam in gewicht omhoog gegaan.

Als er sprake is van een verlaagde verbranding is het erg belangrijk dat je wel voldoende calorieen eet (vaak bestaat de neiging om te weinig calorieen te eten waardoor de verbranding nog verder verlaagd wordt. Bereken je basale calorie inname als volgt:

Berekening van de verbranding in rust = BM = Basis metabolisme:

  • Man: BM = (10 x je lichaamsgewicht in kg) + (6,25 x lengte in cm) – (5 x je leeftijd) + 5
  • Vrouw: BM = (10 x je lichaamsgewicht in kg) + (6,25 x lengte in cm) – (5 x je leeftijd) – 161

Voorbeeld voor een vrouw van 42 van 1 meter 70 lang die 85 kg weegt: (10 x 85) + (6,25 x 170) – (5 x 42) – 161

Berekening van de behoefte aan calorieën inclusief beweging:

FactorMate van beweging
1,2Niet actief (weinig of geen beweging)
1.375Licht actief (lichte beweging of sport, 1-3 dagen per week)
1.550Gemiddeld actief (gemiddelde beweging of sport, 3-5 dagen per week)
1.725Erg actief (veel beweging of sport, 6-7 dagen per week)
1,900Extreem actief (zware beweging, sport of lichamelijk werk)

De uitkomst van de BM-waarde vermenigvuldig je met de bewegingsfactor die voor jou van toepassing is om de dagelijkse calorie intake vast te stellen.

Wat te doen bij een verlaagde verbranding

Alle stofwisselingsreacties in ons lichaam zorgen voor energie en warmte. Het ene voedingsmiddel geeft een grotere warmteproductie (thermogenese) dan het andere. Hoe groter dit thermogene effect, des te meer calorieën omgezet worden in warmte en niet kunnen worden opgeslagen als vet. Koolhydraten (brood, pasta, aardappelen, rijst, zoete dingen) en verzadigd vet hebben een zeer laag thermogeen effect.

Een aantal verbeteraars van het thermogene effect zijn:

  • Gember, kurkuma, peper, chilipeper, cayennepeper, paprika, ui, knoflook, mierikswortel, groene thee en rode wijn (drink wijn dan wel bij de maaltijd)
  • Gezonde vetten: met mate omega 6 en ruimschoots omega 3- en 9-vetzuren.
  • Onverzadigde vetzuren uit bijvoorbeeld noten en vette vis;.
  • De stof CLA uit vlees en zuivel, van grasetende en loslopende dieren of oude koeienrassen.
  • Jodium plus vitamine A, D en omega 3-vetzuren in zeevoedsel (zeevis of zeewier).
  • Kokosolie.
  • Eiwitten verhogen het thermogene effect ook. Vandaar dat eiwit­diëten populair zijn. Maar een eiwitdieet is natuurlijk geen alternatief voor je gezondheid op de lange termijn. Wei-eiwitten hebben het grootste thermogene effect van alle eiwitten, gevolgd door ei.
  • Kou ten slotte verhoogt het thermogene effect ook. Bij meer koudeprikkels moet je lichaam meer energie aanwenden om je warm te houden. Je koud afdouchen of de kou trotseren, is een stap op weg naar een gezond gewicht.

Trage schildklier

Een aantal kenmerkende symptomen:

  • ‘Groeien van de lucht’ of niet kunnen afvallen met een dieet.
  • Een constant koude gevoel (ook de neus is vaak koud).
  • Geen zin hebben om dingen te doen of depressief zonder duidelijke oorzaak en/of concentratieverlies.
  • Zweten ’s nachts, met name rond 02.00 uur (of dan wakker worden).
  • Andere hormonale klachten zijn soms ook (veelvuldig) aanwezig.
  • Kropgevoel, gevoel iets te moeten wegslikken.
  • Verandering van stemgeluid (vaak wordt de stem wat hees).
  • Lage hartslag.
  • Spierzwakte of spierkrampen, bros haar of broze nagels, dunner haar of haaruitval (soms ook van de wenkbrauwen).
  • Vocht vasthouden zonder aanwijsbare redenen.
  • Trage darmperistaltiek zonder duidelijke oorzaak.
  • Lichaamstemperatuur die lager ligt dan 36,5 graden Celcius bij het ontwaken. 

Wat te doen bij een trage schildklier

  • Check je ochtendtemperatuur. De Barnes-temperatuurtest geeft vaak een betrouwbaarder beeld dan een bloedtest (zie hieronder).
  • Eet de minimaal benodigde hoeveelheid calorieën. Bij te weinig voedselinname wordt de schildklier niet geactiveerd, omdat ons brein denkt dat er een hongerwinter op komst is. Het voedsel wordt dan opgeslagen als reserve-vet. 
  • Bereken eventueel de benodigde calorieën die je nodig hebt voor je basaal metabolisme. Hierboven lees je hoe je dit berekent (bij verlaagde verbranding).
  • Ga nooit weer op een streng dieet.
  • Zorg voor voedingsmiddelen die de thermogenese activeren (zie de adviezen over wat je kunt doen bij een verlaagde verbranding). Zowel in ‘Weten van (h)eerlijk eten’ deel 1 en deel 2 staan volop recepten met dergelijke voedingsmiddelen.
  • Zorg voor meer spiermassa om verbranding weer mogelijk te maken.
  • Vraag eventueel het uitgebreide voedingsadvies voor schildklierproblemen aan via de mail. 

Barnes-temperatuurtest: een andere manier om de schildklierfunctie te bepalen

De lichaamstemperatuur kan uitsluitsel geven over het functioneren van de schildklier en bijnieren. De basale temperatuurmeting is ontwikkeld door dr. Barnes. Hij stelde in zijn onderzoeken vast dat de beste meting axillair (onder de arm) is. Meting in de mond werd afgeraden, omdat veel mensen met hypothyrioïdie laaggradige infecties kunnen hebben in het hoofdademhalingsgebied. Ernstige ontstekingziektes als artritis kunnen de temperatuur ook verhogen, evenals griep. De test gaat uit van een digitale thermometer.

De uitvoering van deze test:

  • Leg ’s avonds een thermometer op het nachtkastje.
  • Sta in de morgen bij het wakker worden niet op, maar neem direct de temperatuur op in de oksel (3 minuten).
  • Doe dit drie ochtenden achter elkaar.

Vrouwen die menstrueren temperaturen op de tweede, derde en vierde dag na de start van de menstruatie. Mannen, en ook vrouwen die geen menstruatie meer hebben, kunnen altijd temperaturen.

LET OP: niet temperaturen bij griep of wanneer je in de vroege morgen uit bed bent geweest (bijvoorbeeld om naar het toilet te gaan).

Interpretatie meetwaarden:

Wanneer met een digitale thermometer 3 dagen een meetwaarde beneden 36,5 graden is vastgesteld, kan dit duiden op schildklierproblemen van het type 1 of 2. De waarde kan ook laag uitvallen door ernstige ondervoeding, bijnieruitputting of ziekten van de hypofyse.

Bron: www.circadian.nl

Hoe een gebrek aan gezond vet kan leiden tot overgewicht

Een aantal redenen:

  • Vet geeft volume en een verzadigingsgevoel. Minder vet betekent dus automatisch meer calorie- oftewel koolhydraatinname.
  • Gezond vet is de belangrijkste brandstof om energie aan te maken voor onze cellen. Geen vet betekent verhongeren op celniveau en overgewicht op de weegschaal. Bij te weinig energie gaan we hunkeren naar gemaksvoedsel om snel energie te verkrijgen.
  • Onze celmembranen verstoppen, waardoor insulineresistentie, overgewicht en diabetes ontstaan. Gezond vet is nodig voor onze celwanden, de toegangspoort van iedere cel. Als de toegangspoort niet gezond is, heeft dit veel consequenties voor onze totale gezondheid. 
  • Vetten met meer calorieën hebben een veel groter thermogeen effect dan koolhydraten met minder calorieën.
  • Onze hersenen bestaan voor het grootste deel uit vet en ons brein beslist veel qua honger en verzadiging. De hersenen reguleren ons honger- en verzadigingsgevoel via hormonen. Een tekort aan vet is een van de oorzaken van ontregeling van dit systeem. 
  • Het leidt ook tot een tekort aan vetoplosbare vitamines. Vitamine D-tekorten bijvoorbeeld worden in verband gebracht met overgewicht.

Samenvattend

  • Er zijn veel oorzaken voor overgewicht en die zijn niet allemaal op te lossen met simpelweg minder eten en meer bewegen. Heb je last van overgewicht? Probeer dan eerst de oorzaak van het overgewicht te achterhalen en stem je voeding en beweging daarop af. 
  • Verbranding lukt alleen met spiermassa.
  • Snelle koolhydraten, foute vetten en synthetische geur-, kleur- en smaakstoffen passen niet in een gezond eetpatroon, omdat ze ons honger- en verzadigigingsgevoel sterk ontregelen. Het vervelende is dat juist de snelle suikers, vetten en smaakstoffen bijna altijd tegelijk worden toegepast in 'verleidelijke' hapjes. 
  • Insuline-ontregelingen door de overmaat aan snelle koolhydraten (voeding met een hoge glycemische lading) zijn de grootste oorzaak van overgewicht in het Westen. Echter, het is niet alleen de glycemische lading die zorgt voor overgewicht en alle ziektes en klachten die hieruit voortvloeien. Er zijn ook mensen die minder last van voeding met een hoge GL hebben. Het wordt steeds duidelijker dat dit komt door het feit dat nagenoeg alle voedingsmiddelen met een hoge GL in bewerkte voeding zitten. Deze voeding bevat meestal ook transvet, fructose, verzadigd vet, E-nummers en additieven. Allemaal stoffen die ook ontregelend kunnen werken op hormonen, neurotransmitters, ons verzadigingsgevoel etc. Zie het onthutsende filmpje onderaan deze pagina.
  • Zorg voor een evenwichtige samenstelling van je voeding, dus altijd een combinatie van langzame koolhydraten, gezonde vetten en voldoende eiwit. 
  • Zoek eventueel uit of je bepaalde tekorten aan vitamines, mineralen of sporenelementen hebt die overgewicht in de hand werken (zie boek Slim op uw juiste gewicht, Cora de Fluiter).
  • Sla nooit een maaltijd over. Zeker geen ontbijt, omdat dit uiteindelijk voor veel meer inname van voedsel zorgt. 
  • Zorg bij je ontbijt voor langzame koolhydraten, voldoende eiwitten en vetten, evenals bij je lunch, om de middag door te komen zonder snoepen. Zie alle recepten met oranje icoon (weegschaal) in ‘Weten van (h)eerlijk eten’ deel 1.
  • Drink voldoende water. Een vochttekort uit zich vaak als trek in voedsel.
  • Eet levend voedsel in plaats van ‘dood’ of industrieel voedsel. Dit is de enige manier om je lichaam te laten geloven dat het voldoende voedingstoffen heeft gehad.
  • Ook chronische stress, slecht slapen en niet goed functionerende darmen kunnen overgewicht geven. 
  • Begin ’s avonds met je vlees of vis en eet de koolhydraten pas op het laatst. In de winter te veel koolhydraten is slechter voor je gewicht dan in de zomer, zeker bij het diner. Let dus extra op je winterkost.
  • Ga nooit weer op een streng dieet.
  • Breng je bioritme niet in de war. Zorg voor regelmaat in eet- en leefpatroon en ook zeker voor een gezonde slaap.
  • Trotseer heel regelmatig de kou.
  • Zorg voor gezonde darmen. Het wordt steeds duidelijker dat een evenwichtige darmflora een zeer belangrijke factor is voor een gezond gewicht.
  • Vermijd kant-en-klaar voedsel dat snelle koolhydraten en vet bevat. 

Tot slot

Denk niet in calorieën, maar in bouw- en brandstoffen voor je lichaam: vitamines, mineralen, sporen­elementen, gezonde vetten, eiwitten en langzame kool­hydraten. Een mens die alleen in calorieën denkt, kan chronisch ondervoed zijn.

Dit artikel beoogt geen compleet beeld te geven omtrent overgewicht en diëten. Het zijn slechts de ‘highlights’ uit de cursus ‘Nooit meer diëten, (h)eerlijk eten’.

Ben je als zorgverlener geïnteresseerd in de orthomoleculaire manier van kijken naar overgewicht? Kijk dan eens bij deze opleiding.

Suiker of vet? Deze tweeling test het een maand...

De volledige versie van de documentaire kun je hier bekijken >

Over de auteur van dit artikel

Ruim 15 jaar lang heeft Rineke mensen met chronische klachten begeleid in haar praktijk in Sellingen op het gebied van voeding en leefstijl. Omdat het voor veel mensen moeilijk is om gezond eten in de praktijk te brengen, schreef ze in 2011 haar eerste boek: Weten van (h)eerlijk eten 1. Na alle overweldigende reacties en de vraag naar meer informatie bracht ze in 2013 deel 2 uit, gevolgd door nog twee boeken. Haar meest bekende boek is 'Alles draait om je Hormonen': een uitgebreid voedingshandboek voor de moderne mens. Heerlijke recepten en uitgebreide achtergrondinformatie om je gezondheid positief te beïnvloeden, vormen in alle boeken de rode draad. Inmiddels richt ze zich volledig op het verspreiden van haar kennis via lezingen en het schrijven van boeken. Ook ontwikkelt ze producten onder het merk 'à la Rineke', waarmee je puur en gezond eet in een handomdraai.

Meer over Rineke

Bronnen

Bronnen: www.circadian.nl, de Evociracadian code (Leo van der Zijde), de Hormoonfactor (Ralph Moorman), Slim op uw juiste gewicht (Cora de Fluiter)